Betrokken bij een groene buurt

Betrokken bij een groene buurt

Gezonde Buurten 15 november 2022

Op steeds meer plekken in Nederland slaan buurtbewoners de handen ineen om hun straat, wijk of buurt te vergroenen. Dat pakt niet alleen goed uit voor de natuur, maar brengt mensen ook samen.

Het groen van de Pluktuin steekt scherp af tegen de baksteenrode huizen van de multiculturele wijk Linie-Doornbos in Breda. Buurtwerker en tuinbeheerder Wil de Ruiter laat zien wat er allemaal groeit: maïs, zonnebloemen, tomaten, snijbonen en een perenboom. ‘Daar mochten we van de gemeente een waterput graven’, vertelt Wil, terwijl we door de tuin lopen. ‘En dáár hangen de insectenhotels van IVN.’ Zelf maakt ze zalfjes en tincturen van diverse kruiden die er groeien. Eén straat verder, aan precies zo’n pleintje, achter precies zo’n kleurrijk hek dat vrijwel altijd openstaat, ligt een speeltuin: het Pukplein.

Met een speelschip, tafelvoetbalspel, trampoline en klimrek. Het is vernoemd naar Puk, de hond van Kees Zwager. We horen hem blaffen achter de schutting, de tuin van Kees komt uit op het Pukplein. Hij is als vrijwilliger vanaf het begin betrokken bij de moestuin en de speeltuin. ‘Dat waren ooit braakliggende terreinen’, zegt Kees. ‘Ik vroeg aan mijn dochter en haar vriendinnetjes om maar eens te tekenen wat zij hier het liefst zouden zien. Met die tekeningen in de hand gingen we naar de woningbouwcoöperatie en de gemeente, en we kregen toestemming om ze naar onze ideeën in te richten.

We begonnen met bij elkaar gesprokkelde spulletjes, oude speeltoestellen, wat kippen en konijnen.’ De huidige vorm kregen de Pluktuin en het Pukplein na een grootschalige renovatie in het kader van het Gezonde Buurten-project, waarin onder meer IVN Natuureducatie, Jantje Beton, Gemeente Breda en het Ministerie van VWS deelnemen. Het doel is om buurten te creëren waar bewoners kunnen bewegen, spelen, in het groen kunnen zijn en elkaar kunnen ontmoeten. Vorig jaar was de officiële opening en in Linie-Doornbos kunnen ze al die doelstellingen afvinken.

Pluktuin BredaWil: ‘Op mooie dagen zit de hele buurt in de tuin.’ Kees wijst naar de ramen die de speelplaats als een carré omsluiten. ‘Bijna iedereen die daar woont, is op een of andere manier betrokken. We hadden hier twee buren die al zestien jaar naast elkaar woonden. Pas in de tuin leerden ze voor het eerst elkaars voornaam kennen.’

Sprinkhaan onder de loep

Twee kinderen melden zich op het Pukplein en komen meteen op Kees af. ‘We gaan vanmiddag Pop-Its maken!’, zegt de een stralend – Pop-Its is speelgoed bestaande uit bobbeltjes die je kunt indrukken. Daarna rennen ze de speeltuin in. Wil: ‘Er zijn elke dag wel activiteiten.

We proberen kinderen ook te stimuleren om eens van de speeltuin naar de moestuin te gaan. Bijvoorbeeld om te zaaien of om sprinkhanen te vangen en die onder de loep te bestuderen.’ Zo grijpen de moestuin, de speeltuin en het buurtwerk allemaal in elkaar. ‘Als we een pan pompoensoep maken op de tuin, breng ik die naar de kinderen’, zegt Wil. ‘Als we courgettes over hebben, gaan die naar het buurtwerk.’

Plannen voor de toekomst zijn er ook. Kees: ‘Verderop is een schoolplein dat gerenoveerd wordt, de afwatering zal een wadi – een regentuin – voeden op een terrein waar we een natuurspeelplaats gaan maken. En we knutselen dwarfjes met de kinderen, die gaan we op groene plekken zetten om een natuureducatieve route te maken. Wat dwarfjes zijn? Een soort kabouters, maar als ik kabouter zeg, krijg ik allemaal puntmutsen. Ik wil juist hun fantasie prikkelen.’

Daarnaast weten scholen, de kinderopvang en instellingen voor mensen met een geestelijke beperking de moestuin en de speeltuin steeds beter te vinden. Wil: ‘Uitgangspunt is dat alles mag, dat iedereen welkom is.’

Kees: ‘We krijgen subsidie, we willen alles zo veel mogelijk gratis houden voor de buurt. We hielden een keer een filmavond en vroegen toen 50 cent om uit de kosten te komen van frisdrank en borrelnootjes. Dat bleek voor sommige buurtbewoners toch te veel te zijn. Had ik hier aan het hek allemaal beteuterde kindergezichtjes die niet naar binnen konden. Geld vragen voor een activiteit doen we dus nooit meer.’

 

Goed voor planten, goed voor dieren, goed voor ons

De buurttuin van Elly Kuiper, IVN’er in Delft:

‘Ik woon in een groot appartementengebouw, dat altijd een nogal ongezellige entree had. Ik was aan het lobbyen bij de Vereniging van Eigenaren of we daar niet eens iets aan konden doen. Toen hoorde ik voor het eerst over “tegelwippen” in Delft: straatstenen weghalen om ruimte te maken voor groen. Dat leek me een perfecte combinatie. Iedereen was meteen enthousiast en dan sta je ineens met flatgenoten die je vroeger alleen maar bij de lift zag tegels te wippen, wel honderd in totaal.

Tegelwippen Elly KuiperVan het budget van de Vereniging van Eigenaren kochten we tuingereedschap, een extra lange tuinslang en planten die goed zijn voor insecten. Het werkte zo aanstekelijk dat we daarna een groter project hebben opgepakt: een grasveld naast ons gebouw, dat wel 18 keer per jaar gemaaid werd, met een verwaarloosde picknickplek erbij. Daar maken we nu een buurttuin van, er zijn al fruitbomen geplant.

We moesten nog wel in gesprek met de hovenier, die wilde niets op het gras hebben omdat hij daar dan omheen moet maaien. Het compromis is dat wij het onderhoud doen van de nieuwe perkjes en de beplante boomspiegels. We hebben er nu een geweldige gezamenlijke tuin bij; goed voor planten en dieren, en voor ons!’

De tip van Elly:
‘Bespreek met je mede-initiatiefnemers uitdrukkelijk wat ieders verwachting is. Dat klinkt een beetje officieel, maar voorkomt een hoop onduidelijkheden.’

Onbekenden die samen een groepje werden

Het geadopteerde groen van Tes Tonglet, IVN’er in Bilthoven: 

‘De gemeente organiseerde een webinar waarin de buurt kon meekijken naar de renovatieplannen voor het groen. Dat was hier en daar een verbetering, maar vooral ook even slikken: hoge bomen en verwilderde struiken moesten allemaal weg, want “daar kunnen we niets meer mee”. Lees: dat werd te duur om te onderhouden.

Betrokken buurtgenoten wilden met elkaar in contact komen, maar de gemeente kon geen e-mailadressen doorgeven vanwege privacyregels. Via een omweg hebben we elkaar toch gevonden; allemaal onbekenden met een groen hart. Uiteindelijk kwam hier een groepje uit voort dat op vijf plekken stukjes natuur heeft geadopteerd. 

Wij doen nu het onderhoud, de aanplant en de inrichting, binnen de spelregels van de gemeente. Op mijn stukje staat een grote eik, op een grasstrook waar honden worden uitgelaten. Die hondenpoep wil ik eigenlijk weg hebben, zodat ik insectvriendelijke dovenetels en vlinderstruiken kan planten. Je komt van het ene idee op het andere: ik ga een buurtboekenkastje neerzetten onder mijn eik, iemand had een wormenhotel voor me, omwonenden willen zaden en stekjes met elkaar ruilen, en we denken aan een natuurspeeltuin en buurtmoestuin.

We hebben nu veel meer contact met elkaar, dat wil ik nog teruggeven aan de gemeente. Groenadoptie is goed voor de sociale cohesie. Je moet dat niet enkel als kostenpost zien.’

De tip van Tes:
‘Vooral als je beren op de weg ziet: begin klein. Elke kleine handeling inspireert weer iemand anders en zo gaat het groeien.’

Van zwerfafval naar zeepkruid

De bloemenberm van Koos Leidelmeijer, IVN’er in Rotterdam:

‘Jarenlang keek ik uit op een kale berm, hartje Rotterdam, vol zwerfafval en hondendrollen. Toen er voor de zoveelste keer een maaimachine overheen ging, terwijl er al niets meer groeide, was voor mij de maat vol. Ik heb de gemeente benaderd en gevraagd of dit nu niet anders kon. Tot mijn verbazing trof ik een welwillende beheerder en ging het allemaal vrij snel.

De strook werd schoongemaakt, opgehoogd en ingezaaid. Waar ik ooit uitkeek op agenten die achter drugdealers aanzaten, zie ik nu slangenkruid, duizendblad, zeepkruid en veel andere soorten wilde bloemen, kruiden en grassen. Voor de gemeente was veiligheid prioriteit, en die is nu ook verbeterd, want zo’n verpauperde berm lokte vandalisme en criminaliteit uit.

Mensen maken hier nu foto’s van de bloeiende planten. Onlangs sprak ik een imker die er een insectenhotel wil neerzetten, maar dat stuit nog op allerlei regels en vergunningseisen. Ach, de gemeente zal me af en toe best een zeurpiet vinden. Maar ik ben wel in contact met het Rotterdams Milieucentrum om hier een soort “voorbeeld-case” van te maken.

Inmiddels zie ik op meerdere plekken in de stad zulke groenstroken opduiken, zodat er een lange golf van aan elkaar verbonden groen ontstaat. Ik denk dat onze berm aanleiding was om verder te denken en plannen te maken.’

De tip van Koos:
‘Zoek goed uit wat de gemeentelijke plannen zijn met het terrein dat je wilt vergroenen. Als er nog niets concreet is, kun je vaak in ieder geval tijdelijk iets moois neerzetten.’

‘Mensen zijn gaan denken: dan doe ik het zelf wel’

Arjen Buijs, socioloog en onderzoeker aan Wageningen University & Research, bestudeert de succesfactoren achter groene buurtinitiatieven. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat niet alles aan de burger overgelaten kan worden.

Hoe verklaar je dat groene buurtinitiatieven zo in opkomst zijn?
‘We weten uit de vele studies die we gedaan hebben de afgelopen jaren dat er momenteel duizenden van zulke initiatieven bestaan in Nederland. Een belangrijke reden is dat de overheid het al een jaar of tien laat afweten op het gebied van natuurbescherming. Ze schuift het af op provincie en gemeente, het heeft geen prioriteit. Veel mensen denken: dan doe ik het zelf wel. Ze maken zich zorgen over natuur en willen graag groen in hun omgeving. Overigens wordt er op gemeentelijk niveau wel vaak vanuit een positieve houding samenwerking gezocht met burgers.’

Hoe maak je dit soort initiatieven tot een succes?
Het beginpunt is al heel sterk: burgers zijn vaak zeer betrokken en hebben veel ideeën en energie. Wat uit mijn onderzoek blijkt, is dat het nog succesvoller wordt als de deelnemers een zogenaamde “theory of change” uitdenken, een soort veranderstrategie. Dat helpt mensen om expliciet te maken wat ze willen bereiken. Planten neerzetten in de straat is de concrete actie, maar het doel erachter is bijvoorbeeld biodiversiteit stimuleren. Als je de doelen en motieven scherp hebt, zijn de projecten effectiever en stabieler op lange termijn. Ze houden ook stand als bijvoorbeeld de initiatiefnemers van het eerste uur verhuizen uit de straat.

Rond de Tiny Forests van IVN en de Beach Clean-Up van Stichting De Noordzee hebben we daarbij geholpen met een workshop. We zijn nu met inbreng van IVN een folder aan het ontwikkelen met een stappenplan om tot een strategie te komen.’

Kunnen we nu alle natuurbescherming aan de burger overlaten?
‘Nee, zeker niet. Dit soort plannen ontstaan vooral in meer welvarende buurten, met betrokken bewoners, die goed de weg kennen in het woud van vergunningen en geldpotjes van de overheid, en ook al het een en ander weten van natuur. Niet elke straat is zo gelukkig. Dus er blijft ook een rol voor de overheid en voor natuurbeschermingsorganisaties, bijvoorbeeld op het gebied van natuureducatie.’

Hoe zie je die samenwerking voor je? ‘Veel natuurbeschermingsorganisaties zijn ooit begonnen als burgerinitiatief. De meerwaarde zit hem nu in de hybride structuur: aan de ene kant een professionele organisatie, aan de andere kant nauwe banden met de gemeenschap, de burgers, de vrijwilligers. IVN werkt ook volgens zo’n model. Zeker als de projecten een zekere grootte bereiken, kunnen de natuurclubs een rol spelen tussen burgers en de overheid.’

Gaan mensen anders naar natuur kijken dankzij deze ontwikkelingen? ‘Mensen worden zich bewust van verschillende natuurbeelden. Je hebt de “functionele natuur”, bijvoorbeeld een voedselbos, een pluktuin, of een plek om te spelen en tot rust te komen, of natuur die een betere waterhuishouding en koelte in de straat oplevert. Daarnaast krijgen mensen meer aandacht voor het idee dat natuur uit zichzelf en voor zichzelf belangrijk is. Overigens profiteert niet alleen de natuur van dit soort activiteiten. De sociale banden in de buurt worden hechter, en veel mensen geven aan dat ze een zekere zingeving vinden in het opkomen voor de natuur. Ze krijgen daar heel veel voor terug.’

Wil je meer weten over Gezonde Buurten? Ga naar www.gezondebuurten.nl

Tekst Paul Q. de Vries

Dit artikel verscheen eerder in de herfsteditie van Mens & Natuur magazine. Wil je ook het Mens & Natuur Magzine ontvangen? Voor € 24 per jaar ben je al lid van IVN en ontvang je naast 4x per jaar ons magazine ook korting in onze webwinkel (geldt niet voor boeken) en kun je gratis of met korting deelnemen aan onze activiteiten, cursussen en workshops.

Ja, ik word lid

Deel deze pagina